Vier jaar geleden stapte René Rogaar binnen bij Hitachi Construction Machinery in Amsterdam. Als Coördinator Training & Development kreeg hij een duidelijke opdracht: bouwen aan de ontwikkeling van mensen. Geen eenvoudige klus in een organisatie met diepe wortels en gevestigde gewoontes. Toch zag en ziet René juist daar de uitdaging. Want in een markt die razendsnel verandert, is stilstand simpelweg geen optie.
Ingesleten processen
“Toen ik hier begon, merkte ik al snel dat veel processen waren ontstaan vanuit de gedachte: ‘We zijn een Japans bedrijf, zo doen we dat nu eenmaal.’ Daar is op zich niets mis mee, maar de wereld om ons heen verandert ontzettend snel. Dan moet je blijven kijken naar wat de klant nodig heeft en welke bijdrage wij daaraan leveren.”
Volgens René vraagt die verandering veel van zowel medewerkers als leidinggevenden. “Nieuwe ontwikkelingen vragen om nieuwe kennis en andere vaardigheden. Dat betekent dat we mensen moeten meenemen van ‘zo hebben we het altijd gedaan’ naar ‘wat hebben we morgen nodig?’. En dat is niet iets wat je van vandaag op morgen voor elkaar hebt.”
Het gesprek als motor voor groei
Om die beweging in gang te zetten, ontwikkelde Hitachi een strategische aanpak waarin ontwikkeling en prestatie hand in hand gaan. “Met ons Performance Management-programma helpen we leidinggevenden om anders naar hun rol te kijken. Wat is het doel van de organisatie? Hoe draagt jouw afdeling daaraan bij? En hoe help je medewerkers om daarin succesvol te zijn? Die gesprekken vinden inmiddels meerdere keren per jaar plaats. Niet alleen over resultaten, maar ook over groei en ontwikkeling. Leidinggevenden bespreken waar medewerkers zich verder kunnen ontwikkelen en welke stappen daarbij horen. Daarbij gebruiken we een Competence Framework. Dat helpt om inzicht te krijgen in gedrag, competenties en ontwikkelmogelijkheden.”
Zien hoe je bijdraagt aan het grotere geheel
Wat René vooral mooi vindt, is dat medewerkers hierdoor beter begrijpen hoe hun werk bijdraagt aan het grotere geheel. “Je ziet dat mensen meer verbinding voelen met de organisatie wanneer ze begrijpen waarom hun werk belangrijk is. De vraag verschuift van ‘wat moet ik doen?’ naar ‘waar draag ik aan bij?’.” En dat begint inmiddels zichtbaar resultaat op te leveren.
“We zijn nu ongeveer een jaar onderweg en zien mooie veranderingen ontstaan. Het grootste deel van onze leidinggevenden omarmt de nieuwe aanpak. Daarnaast merken we dat medewerkers zelf meer ideeën aandragen voor verbeteringen en innovaties. Dat is precies de beweging die we graag zien. Tegelijkertijd blijft het een proces van de lange adem. Mensen hebben het druk. Zeker managers hebben vaak een hoge werkdruk. Ze zitten niet altijd te wachten op de vraag of ze wel voldoende aandacht besteden aan de ontwikkeling van medewerkers. Juist daarom moeten we het gesprek blijven voeren over urgentie, continuïteit en de toekomst.”
Want volgens René is investeren in mensen geen luxe, maar een noodzaak. “We moeten laten zien wat er gebeurt als we níét investeren. Welke kennis raken we kwijt? Welke kansen laten we liggen? Vanuit Training & Development hebben we daarin een ondersteunende en faciliterende rol.”
De leidinggevende maakt het verschil
Wanneer het gesprek op leiderschap komt, hoeft René niet lang na te denken. “Voor mij is een leidinggevende absoluut een drijvende kracht. Een goede leidinggevende maakt duidelijk waar je als organisatie naartoe wilt, hoe het team daaraan bijdraagt en hoe hij of zij medewerkers daarbij kan ondersteunen.” Maar minstens zo belangrijk vindt hij de menselijke kant. “Een leidinggevende kan mensen motiveren, stimuleren en uitdagen om zich te ontwikkelen. Dat maakt uiteindelijk het verschil.”
Ook een ander thema verdient volgens René steeds meer aandacht: duurzame inzetbaarheid. “Veel van onze medewerkers doen fysiek zwaar werk. Dan is de vraag: hoe zorgen we ervoor dat zij ook op latere leeftijd van waarde kunnen blijven? En hoe zorgen we ervoor dat hun kennis wordt doorgegeven aan een volgende generatie?”
Volgens hem raakt dat direct aan persoonlijk leiderschap. “Uiteindelijk gaat het erom dat je jezelf blijft ontwikkelen en blijft bijdragen aan de doelen van de organisatie. Niet omdat het moet, maar omdat je daarmee toekomstbestendig blijft. Voor jezelf én voor de organisatie.”








